Freddy Maertens
13 februari 1952

Fout melden

Freddy Maertens was in zijn beste jaren zonder meer de beste sprinter ter wereld. Zoals vaak voorkomt bij absolute toptalenten volgden ook bij hem na enkele absolute hoogtepunten een periode van persoonlijke en sportieve dieptepunten.

Freddy Maertens begon zijn profcarrière op 1 oktober 1972 als 20-jarige bij de Flandria ploeg, waar hij mocht aantreden in Parijs-Tours. In zijn eerste volledige profjaar in 1973 bleek al snel dat hij een enorm talent was. In de voorjaarsklassiekers stapelde hij de ereplaatsen op. Hij werd onder andere 4e in de E3-prijs, 2e in Ronde van Vlaanderen, 5e in Gent-Wevelgem, 8e in de Amstel Gold Race en 5e in Parijs-Roubaix.
In de grote rondes kwam hij dat jaar nog niet aan de start, maar in het najaar presteerde hij nog steeds sterk: hij won de Scheldeprijs (toen nog georganiseerd eind juli) en op het Wereldkampioenschap in Barcelona werd hij 2e, nadat hij eigenlijk de sprint had aangetrokken voor Eddy Merckx. Die laatste kon echter niet op tegen Felice Gimondi, die zo een vrijgeleide kreeg naar de wereldtitel. Maertens sprintte zo sterk dat hij toch nog de tweede plaats wist te behouden. Maertens was woest dat Merckx hem de sprint van zover had laten aangaan terwijl hij zelf blijkbaar kapot zat. Merckx van zijn kant gaf Maertens de schuld van het missen van de wereldtitel omdat die het gat zou dichtgereden hebben eerder in de wedstrijd toen Merckx voorop reed. Het was het begin van een jarenlange vete tussen beide renners(al speelde dit zich dan vooral af tussen de supportersclans). Freddy Maertens sloot zijn eerste profjaar af als 5e op de wereldranglijst.
1974 was voor hem vooral een jaar van de bevestiging. Hij behaalde opnieuw veel ereplaatsen in het voorjaar en liet zich vooral opmerken als sprinter en tijdrijder in de kleinere wielerrondes. Zo won hij de proloog + 5 ritten en het eindklassement in de Ruta del Sol.
In 1975 en 1976 beleefde Maertens dan zijn eerste echte topjaren. Hierin won hij onder andere 2x Gent-Wevelgem, de Brabantse Pijl, Paris-Tours, het Kampioenschap Van Zürich en de Amstel Gold Race. In 1976 werd hij ook Belgisch Kampioen én behaalde hij 8 ritzeges en de groene trui in de Tour de France. Als kers op de taart werd hij dat jaar in Ostuni ook wereldkampioen nadat hij Francesco Moser in de sprint wist te verslaan. Zo’n topjaar uitte zich natuurlijk ook in zijn positie op de wereldranglijst: Maertens bekleedde de eerste plaats na het seizoen 1976 in de Super Prestige Pernod.
In het seizoen 1977 begon Maertens in zijn regenboogtrui goed aan het seizoen met een overwinning in de Omloop Het Volk en in Parijs-Nice won hij 5 ritten + het eindklassement. In de klassiekers liep het dat jaar iets minder. Hij behaalde vooral ereplaatsen en in de Ronde van Vlaanderen werd hij uit de uitslag geschrapt nadat hij op de koppenberg een onreglementaire fietswissel had uitgevoerd. (zie verhaal: De Ronde van Vlaanderen van 1977)
In de Waalse Pijl een week later won Maertens met 3 minuten voorsprong na een lange ontsnapping van 45km. Ook hier zou hij echter gediskwalificeerd worden, nadat hij, samen met Eddy Merckx en enkele andere Belgen positief werd bevonden op het gebruik van Stimul.
In de Vuelta a España van dat jaar, die toen nog voor de Giro d'Italia werd gereden, vond Freddy Maertens echter een parcours op maat. (zie De Vuelta van Freddy Maertens) Hij won dan ook 13 van de 19 etappe’s en reed van de eerste tot de laatste dag rond in de leiderstrui.
Ook in de Giro, die daarop volgde leek Maertens zijn winning-strike te kunnen doorzetten. Na een dikke week koersen had Maertens al 7 ritten gewonnen en ook in rit 8b op het lokale circuit van Mugello zag het er goed uit. De sprint werd door zijn gebruikelijke Flandria-ploegmaats aangetrokken, maar in de sprint zelf kwam hij echter zwaar ten val en brak daarbij zijn pols. Het was het einde van zijn Giro. Die val en het moeizame herstel dat daarop volgde zou het begin van het einde van zijn carrière betekenen. Hij zou dat jaar geen grote resultaten meer kunnen neerzetten, maar zijn overwinningen in het eerste deel van het seizoen volstonden toch om ook dat jaar nog als eerste op de wereldranking (Super Prestige Pernod) af te sluiten.
In 1978 won hij dan nog wel 2 ritten in de Tour en de groene trui, maar het was al duidelijk een minder jaar dan de voorgaande. In 1979 en 1980 bleef er van de grote kampioen niet veel meer over. Maertens kon enkel een paar criteriums winnen en het einde van zijn carrière leek nabij. Daarbij kwamen dan ook nog eens de financiële problemen die hij kende na enkele slechte investeringen, waardoor hij zijn huis moest verkopen.
In 1981 kende zijn carrière dan een heropleving. Ploegleider Lomme Driessens gelooft nog steeds in het talent van Maertens en haalt hem naar de Boule d’Or ploeg. Tegen alle verwachtingen in begon Maertens daar terug te winnen. Hij won 5 ritten en de groene trui. Ook aan het einde van dat jaar blijft de wederopstanding een feit: Maertens wordt voor de 2e keer in zijn loopbaan wereldkampioen in Praag.


Het zal zijn laatste echte wapenfeit blijken. Hij blijft nog enkele jaren voortrijden bij kleinere ploegen, maar haalt nooit meer het niveau van weleer.
Tegenwoordig kan je hem terugvinden in het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, waar hij als gastheer de bezoekers ontvangt.